Zwartven & Franse Berg

Ingeklemd tussen Horn en de N280 ligt een vergeten stukje natuur. Letterlijk vergeten, want de betreffende eigenaars wisten zelf niet van hun bezit af... Dat gaf de natuur de kans zich 100% zelf te ontwikkelen. Helaas dreigen daardoor bijzondere natuurwaarden verloren te gaan. Voor de aanleg van de N280 maakte het stukje natuur onderdeel uit van de Beegderheide. Na de doorsnijding van de weg bleef het stukje natuur, hierna te noemen Zwartven, alleen achter. Ondanks de geringe oppervlakte komen wel alle kenmerken van de Beegderheide voor in het gebied van het Zwartven. Het stukje is dus bijzonder gevarieerd.
Achtereenvolgens zijn aanwezig:
- het Zwartven met wilgenstruweel (punt 1 op de kaart)
- stuifzand De Franse berg
- droge heide (punt 2)
- zomereiken-berkenbos
- dennenbos

Het gebied heeft meerdere eigenaren. De zone direct langs de autoweg is van de provincie Limburg. Tot deze zone behoren het stuifzand en het heideterrein. Het ven is eigendom van de gemeente Leudal. Het productiebos is van de heer de Magnée (de eigenaar van Kasteel Horn). Zowel de provincie als de gemeente voeren al jaren geen beheer meer uit in het gebied, eenvoudig weg omdat men vergeten was dat het hun eigendom betrof. De heide raakt daarom langzaam overgroeid, het ven groeide dicht, ondanks dat dit in 1995 opgeknapt was m.b.v. Instandhouding Kleine Landschapselementen Limburg (IKL) en in het bos rukken Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik op.

Wij hebben ons het lot van dit bijzondere gebiedje aangetrokken en is in de herfst van 2006 gestart met herstelwerkzaamheden. De werkzaamheden worden allereerst in verschillende fasen uitgevoerd.
Vanwege de lage waterstand in het ven is gestart met het terugdringen van de wilgenopslag en het terugzetten van de bosrand. Dit heeft een meerledig doel. Allereerst wordt de bezonning van het ven vergroot, en daarmee de aantrekkelijkheid voor amfibieën en libellen. Daarnaast wordt zo de inval van blad verminderd waardoor het ven minder snel dichtslibt. Tot slot wordt de verdroging van het ven hiermee aangepakt. Alle bomen in het ven en de meeste bomen op de oever worden verwijderd. Andere bomen worden geringd. Ringen is het verwijderen van de bast waardoor de boom doodgaat. De boom mag als dode boom blijven staan. Dood hout vormt het leefgebied voor tal van insecten, spechten kunnen er hun hol in hakken en paddenstoelen en mossen groeien er goed op. De takken worden niet afgevoerd, maar op stapels buiten het ven gezet. Deze houtrillen breekt de natuur vanzelf af. Tot die tijd profiteren tal van insecten van het hout en biedt het schuilplaats aan bijvoorbeeld egels. De stammen mogen wel door de vrijwilligers worden meegenomen. In 2010 waren de meeste bomen rond het ven verwijderd en is het ven met behulp van het IKL het ven afgegraven tot op de kleilaag, zodat er weer meer open water aanwezig is. Speciale aandacht is hierbij uitgegaan aan het herstel van de rabatten aan de westzijde van het ven. De grond is zolang afgezet op de oever van het ven. Begin 2013 is deze grond verder het perceel opgezet worden. Wij hopen dat de vegetatie nu kan ontwikkelen zodat er een ven ontstaat dat zich kan meten aan de prachtige vennen aan de andere kant van de N-280 op de Beegderheide.


Ven Beegderheide

Tussen de heide en het ven in liggen nog enkele open stukjes met mooie mosvegetaties. Deze “eilandjes” in het bos zullen met elkaar verbonden worden. Zo ontstaat er een corridor van het ven naar de heide. Dan zal ook heide hersteld worden. De steeds oprukkende beplanting, met name dennen, eiken en berken, zullen worden verwijderd. De heide zal dus weer opener worden. Wellicht dat ook kleine stukjes geplagd worden. De werkzaamheden zijn erop gericht een restpopulatie van de beschermde levendbarende hagedis in stand te houden.

Uiteraard doen we deze werkzaamheden niet alleen. Inmiddels heeft zich een groepje hardwerkend vrijwilligers verzameld die meehelpen met het herstellen van dit gebied. Daarvoor zijn we iedereen erg dankbaar. Wilt u ook meehelpen? Dan kan dat. U kunt hiervoor een mail sturen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. . Het hout dat vrijkomt mag ook meegenomen worden.

Tot zover de werkzaamheden, maar wat is het nu eigenlijk voor een gebied. We noemden eerder al de diverse voorkomende elementen. Deze zullen hieronder nader toegelicht worden.

Het ven
Het ven is door menselijk toedoen ontstaan. In de late Middeleeuwen werd de Beegderheide te intensief gebruikt bij het steken van plaggen en het laten grazen van vee. Op een bepaald moment groeide er niks meer; open zand bleef over. De wind kreeg vat op het zand. Het zand begon te stuiven. Het zand stoof weg tot op stevigere grondlagen of lagen die natter waren. In het geval van het Zwartven stoof het zand weg tot op de leemachtige ondergrond. Het zand werd aan de noordoostzijde door de wind gedeponeerd. Hier vinden we dan ook enkele kleine heuveltjes. De laagte vulde zich met regenwater: het ven was geboren. Het ven bevat echter niet altijd water. Het is een relatief klein ven. Sinds de werkzaamheden rond de Maas (Maasplassen en het kanaal) is de grondwaterstand enorm gedaald. Het grondwater staat bij de Franse Berg vele meters onder het maaiveld. Het ven moet het dan ook niet hebben van het grondwater, maar van het regenwater. Het regenwater dat in een zone van enkele honderden meters rond het ven valt, kan de ondoorlatende laag in de bodem niet passeren en stroomt af naar het ven. In droge tijden kan de aanvoer te weinig zijn en daalt de waterstand. In de laagste delen blijft echter altijd nog wel enig water aanwezig. De vele bomen rond (en in) het ven zorgen voor een versnelde droogval van het ven. Dennen en berken verdampen namelijk enorm veel water. Ze onttrekken dat aan het ven of van het naar het ven afstromende grondwater.  Behalve aan het reliëf, is ook aan de vegetatie het verloop in vochtigheid te zien. Op de hogere zandruggen groeien eiken en berken, lager bij het ven berken en wilgen. Door de grote hoeveelheid bladeren in het ven, zijn er ook midden in het ven wilgen gaan groeien. Door de enorme hoeveelheid voedingsstoffen is het water tamelijk voedselrijk en zuur. Dit komt tot uitdrukking in de oevervegetatie van kalmoes, gele lis, knopig helmkruid en pitrus. De waarde van het ven zit 'm dan ook niet in het voorkomen van zeldzame planten zoals op de Beegderheide, maar in de aanvulling op de overige biotopen van de Franse Berg. Het ven vormt een aantrekkelijke plek voor amfibieën (gewone pad) en libellen. Vooral deze laatste groep is soms verrassend rijk vertegenwoordigd. Ze komen "overwaaien" vanuit de Beegderheide. Het struweel is rijk aan zangvogels, vooral mezen. De potentie voor een goede oevervegetatie is er echter wel, getuige de in het verleden waargenomen soorten. Het is echter de vraag of wij in staat zijn de kwaliteit van het ven zodanig te verbeteren zodat deze soorten weer een kans krijgen. Consolidatie staat voorlopig voorop. 

Stuifzand
Ondanks het achterwege blijven van beheer is nog steeds open zand aanwezig op de Franse Berg. Dit gedeelte van het natuurgebied ligt vele meters hoger dan de omgeving en is daardoor gortdroog. In het zand groeien mossen en korstmossen. Solitaire bijen maken in het zand hun holletje. Dit gebied werd vroeger door de mensen van Horn veelvuldig gebruikt om de vrije zondagmiddag in door te brengen. Veel kinderen speelden er, mensen picknickten en men had een geweldig uitzicht over de omgeving en op het ven. Op de oude foto is de Franse Berg te zien, met er achter het ven en het uitzicht op de kerk van Horn. De foto is genomen in 1948, met dank aan de Familie Smeets uit Horn.

Heide
Wanneer het stuifzand eenmaal is vastgelegd door mossen e.d. kan zich heide ontwikkelen. Voordat de heide gaat bloeien, kleuren delen van de heide blauw door het zandblauwtje. De heide is van belang voor met name bijen en hommels. Op de heide van de Franse Berg komt de levendbarende hagedis voor. Het is een grijsbruine hagedis van maximaal 18 cm lang. De hagedis eet vooral kleine insecten, die hij vooral op de heide en het open zand vangt. De openheid van de heide is van groot belang in verband met de warmte. Zoals alle reptielen heeft de levendbarende hagedis warmte nodig om actief te worden. De heide wordt bedreigd door vergrassing, beschaduwing en ophoping van strooisel (vergroting voedselrijkdom) waardoor andere planten zoals braam kunnen gaan groeien.

Zomereiken-Berkenbos
Op arme zandgrond vormt het zomereiken-berkenbos het climaxstadium. Het veelvuldig voorkomen van dit type bos getuigt van een natuurlijke (gewenste) ontwikkeling. De bossen worden gekenmerkt door een tamelijk grote biodiversiteit. In het bos komen veel soorten paddenstoelen en mossen voor. Opvallend zijn ook de grote adelaarsvarens.
In het bos ligt nog een tweede verlaging. In de vegetatiekartering van de provincie wordt dit aangemerkt als een slecht ontwikkeld berkenbroekbos. De exacte geschiedenis van dit gebiedje is ons echter nog niet duidelijk. Wel is duidelijk dat het hier zeker niet om een broekbos gaat, maar dat het een soort van veentje is dat overgroeid dreigt te raken. Tussen het pijpenstrootje groeien namelijk veenmossen. Meer nog dan het ven, heeft dit gebiedje sterk te leiden onder de verdroging. Waar mogelijk, zullen in de toekomst hier eveneens maatregelen genomen worden.

Dennenbos
Het gaat hier om een productiebos. De ondergroei is hier slecht ontwikkeld. Door het microreliëf oogt het bos toch tamelijk vriendelijk. De struiken die hier en daar opvallend groeien, vormen een ware plaag. Het gaat hier om Amerikaanse vogelkers, ook wel bospest genoemd. Ondanks dat het dennenbos aanzienlijk armer is dan het zomereiken-berkenbos, vormt het toch een aanvulling voor de Franse Berg. Het is immers weer een andere biotoop, met eigen specifieke flora en fauna.

Overige
Het gebied grenst aan de noordzijde aan diverse schoolinstellingen. De aanwezige instellingen en woningen hebben echter een tamelijk geleidelijke overgang met het bos. Ondanks dat de meeste terreinen niet te betreden zijn, zorgen deze overgangen voor een extra verrijking van het gebied. Juist hier zijn bijna altijd konijnen te vinden en regelmatig is boven het bos het geroep te horen van de buizerd.

Flora en fauna
Het gebied is nog niet uitgebreid geïnventariseerd op de voorkomende soorten. De volgende bijna 180 soorten komen in ieder geval voor (gegevens afkomstig van: Provincie Limburg, Waarneming.nl en eigen inventarisaties):

Zoogdieren
- Bosmuis
- Das
- Eekhoorn
- Egel
- Konijn
- Ree
- Rosse woelmuis
- Vos

Vogels
- Appelvink
- Bonte vliegenvanger
- Boomklever
- Boomkruiper
- Boompieper
- Buizerd
- Fluiter
- Gekraagde roodstaart
- Goudvink
- Grauwe vliegenvanger
- Groene specht
- Grote bonte specht
- Grote lijster
- Holenduif
- Houtduif
- Kleine bonte specht
- Koolmees
- Kuifmees
- Matkop
- Merel
- Nachtegaal
- Pimpelmees
- Putter
- Roodborst
- Sperwer
- Staartmees
- Tjiftjaf
- Vink
- Vuurgoudhaan
- Wespendief
- Wilde eend
- Winterkoning
- Zwarte mees

Reptielen en amfibieën
- Alpenwatersalamander
- Bruine kikker
- Gewone pad
- Groene kikker
- Heikikker
- Kleine watersalamander
- Levendbarende hagedis

Dagvlinders
- Atalanta
- Bont zandoogje
- Gehakkelde aurelia
- Groentje
- Groot dikkopje
- Kleine vuurvlinder
- Oranjetipje

Nachtvlinders
- Dennenuil
- Phegeavlinder
- Eikenprocessierups
- Gewone heispanner
- Sint Jacobsvlinder
- Stro-uiltje
- Veelvraat

Libellen
- Bloedrode heidelibel
- Bruine winterjuffer
- Gewone oeverlibel
- Gewone pantserjuffer
- Glassnijder
- Heidelibel
- Houtpantserjuffer
- Metaalglanslibel
- Tengere pantserjuffer
- Venglazenmaker
- Viervlek
- Vuurjuffer

Sprinkhanen en krekels
- Boskrekel
- Negertje
- Gewoon doorntje
- Gewoon spitskopje
- Knopsprietje
- Krasser
- Ratelaar
- Snortikker
- Struiksprinkhaan

Bijen, wespen en mieren
- Aardappelgalwesp
- Aardhommel
- Galappelwesp
- Steenhommel

Vliegen en muggen
- Atherix ibis
- Dambordvlieg
- Gewone snuitvlieg
- Grote langlijf

Kevers
- Ampedus balteatus
- Zevenstippelig lieveheersbeestje
- Gedeukte gouden tor
- Groene bladsnuitkever
- Rozenkever

Wantsen, cicaden en plantenluizen
- Brandnetelbladluis
- Bruine graswants
- Pyjamawants

Insecten overige
- Mierenleeuw
- Gewone schorpioenvlieg

Geleedpotigen overige
- Gewone hooiwagen

Weekdieren en overige ongewervelden
- Regenworm

Bomen en hogere struiken
- Amerikaanse eik
- Amerikaanse vogelkers
- Grove den
- Ruwe berk
- Tamme kastanje
- Trosvlier
- Wilde kamperfoelie
- Wilde Lijsterbes
- Wilg
- Zachte berk
- Zomereik
- Zwarte els

Lagere struiken en kruidachtigen
- Adelaarsvaren
- Bezemkruiskruid
- Brede stekelvaren
- Brem
- Buntgras
- Draadzegge
- Duinroos
- Dwergviltkruid
- Gele lis
- Gewone brunel
- Gewone eikvaren
- Gewone rolklaver
- Gewoon vingerhoedskruid
- Grote brandnetel
- Hazenpootje
- Heidespurrie
- Hondsdraf
- Kalmoes
- Kleine zonnedauw (enige tijd niet meer waargenomen)
- Knopig helmkruid
- Koningsvaren
- Kruipbrem
- Lelietje-der-dalen
- Mannetjesvaren
- Moerasstruisgras
- Moeraswalstro
- Paashaver
- Pilzegge
- Pijpenstrootje
- Pitrus
- Riet
- Ronde zonnedauw (enige tijd niet meer waargenomen)
- Schapenzuring
- Smalle weegbree
- Snavelzegge
- Stekelbrem
- Stijve zegge
- Struikheide
- Valse salie
- Veldrus
- Veenpluis
- Vingerhoedskruid
- Wateraardbei (enige tijd niet meer waargenomen)
- Wilde akelei (verwilderd vanuit tuinen)
- Zandblauwtje
- Zandzegge
- Zompzegge

Mossen en korstmossen
- Breeksteeltje
- Dove heidelucifer
- Gewoon gaffeltandmos
- Gewoon rimpelmos
- Gewoon sterrenmos
- Kopjesbekermos
- Open rendiermos

Paddestoelen
- Berkendoder
- Gele aardappelbovist
- Parelamaniet
- diverse soorten Russula's
- Vliegenzwam


Toekomstbeeld Zwartven, dit is het Kwakkerteven op de Beegderheide